onze Nederlandse
zustervereniging:
Samenwerking met
'Wegwijzer' uit Brugge:
|
|
|
|
Thuis van onderweg geweest:
|
|
Familie Dewit naar Oost-Europa In juni 2006 vertrokken Veerle en Geert Dewit met drie kinderen om ruim drie maanden in Oostenrijk, Hongarije en Roemenië te fietsen.
Website: http:// |
Nieuwsbrieven:
|
Laatste brief vanuit fietsland
|
Van: Geert en Veerle [mailto:opdefiets@gmail.com]
Verzonden: zondag 8 oktober 2006
Onderwerp: laatste nieuws vanuit fietsland
Hallo allemaal,
Voor wie nog iets over de laatste Hongarije-en Oostenrijkdagen wil horen, volgt hier ons verslagje. Wellicht wordt dit tweemaal sneller ingetikt dan de vorige brieven. Na drie maanden verslagen maken met een QWERTY-klavier (verdorie, waar staat die 'm'?), zijn we immers blij met nog eens de ouwe trouwe AZERTY voor onze neus.
Onze vorige nieuwsbrief eindigde bij het Balatonmeer. Dat hebben we uiteindelijk per boot overgestoken. Het verschil tussen de noord- en de zuidoever is duidelijk zichtbaar. Zoals we reeds schreven is de zuidoever erg toeristisch: uitgebreide campings, vakantiehuizen bij hopen, gelukkig nog net geen rijen appartementen zoals aan de mooie (?) Belgische kust. Aan de noordkant is er veel meer riet, zijn er veel soorten watervogels, zijn er ook veel meer MUGGEN. Bebouwing tot vlak aan de waterkant is onmogelijk. We zagen er 's avonds geen honderden, maar vele duizenden zwaluwen hun buikjes vullen. Wellicht zouden ze niet veel later zuidwaarts vertrekken.
Enkele dagen later zijn we in Bö gearriveerd. Wie zes jaar geleden aandachtig onze nieuwsbrieven heeft gelezen, hoort misschien vaag een belletje rinkelen. Toen waren we inderdaad ook in Bö: een minicamping in een tuin bij een huis waarvan ook de kamers worden verhuurd. Met enorm veel creativiteit hebben de uitbaters allerlei bouwsels in elkaar gestoken: keukentjes, WC + pompbak, douche op z'n Hongaars. Dat alles was gemaakt van oude deurpanelen, kastpanelen, vensterramen, enz. Het leuke was dat de lieve mevrouw van de camping zich ons nog herinnerde, vooral natuurlijk de kinderkarren. In Bö hebben we een week rust genomen. De kinderen hebben er hun laatste schoolopdrachten afgewerkt. Vanuit Bö was het nog slechts twee dagen fietsen tot de Oostenrijkse grens. Nabij Sopron hebben we onze laatste Forinten gespendeerd en zijn we de grens overgestoken aan de Neusiedler See. Zo waren we terug aan ons beginpunt geraakt. De cirkel was rond.
De laatste fietsweek reden we door Burgenland en Nieder-Österreich. Het landschap verraste ons enigszins. Grote delen zijn er zo goed als plat. Dat hadden we in Oostenrijk niet verwacht. Net toen we daar waren, was de druivenoogst volop bezig. En lekker dat dat was! Het eindpunt van de reis lag in St. Georgen-am-Steinfelden. Daar hebben we vier dagen bij vrienden gelogeerd. Na 101 nachten sliepen we opnieuw in een bed i.p.v. op een matje van 3 cm dik. Na 101 dagen hadden we opnieuw een echt dak boven ons hoofd; konden we douchen als het nodig was en gingen we naar toilet op een ... WC i.p.v. 'comme ŕ la nature' of op de put! We genoten er opnieuw van de luxe van een gewoon huis. We leerden er 'Sturm' drinken: vers geperst sap van wijndruiven. Je hoort het gisten in je glas! Vorige vrijdag werden we opgepikt door Patrick, die ons met zijn fietsentaxi in dertien uur terug naar huis heeft gereden (www.velomobile.be).
Voor de cijferfreaks: uiteindelijk hebben we 3180 km in de benen, we fietsten gemiddeld 47 km per dag naar de volgende slaapplek. Onze hoogste pas met de fiets (Prislop) lag op 1416 meter. Viermaal hadden we een lekke band, tienmaal (!) brak een tentstok. Maar de beelden die op ons netvlies gebrand zijn, kan je natuurlijk niet in cijfers weergeven. Die blijven voor ons onvergetelijk.
De reis is gedaan, maar de goesting naar meer blijft. Voorlopig kan je ons weer thuis bereiken, binnenkort hebben we ook foto's, dan komen de verhalen vanzelf naar boven.
Tot ziens, viszontlátasrá, la revedere!
Soetkin, Rik, Tijl, Veerle, Geert
|
|
Op de terugweg in Hongarije
|
Van: Geert en Veerle [mailto:opdefiets@gmail.com]
Verzonden: woensdag 13 september 2006
Onderwerp: derde verslag van de fietsers
Hallo,
(Gyula, 22 augustus)
We zijn net terug in Hongarije. We staan in Gyula, een grensstadje, op een grote, bijna lege camping (einde seizoen!). Na Sighisoara hebben we in Roemenië nog tweemaal een camping gevonden: eentje in Nederlandse handen, de tweede in Hongaarse. Proper en alle nodige voorzieningen, maar je betaalt er dan ook naar Roemeense normen erg veel voor. De andere zes nachten kwam het erop aan om de juiste persoon aan te spreken met de vraag of hij/zij een kampeerplek wist; en waar ook water voorhanden was. Lukken deed het altijd wel. De goeie wil om ons verder te helpen was groot genoeg. Waar hebben we dan geslapen? Naast een ‘medisch dispensarium’, waar de volgende dag de dokter consultatie had; op aanwijzing van de overburen naast een verlaten huis (daar hebben we voor 't eerst in ons leven verse melk van een waterbuffel gedronken); op een boerenerf, waar de krom gewerkte oma's nog dapper meedraaiden in het huishouden; in de wei van een koe, waarvan we 's ochtends melk kregen (en 's avonds diarree: melk niet gekookt!); op een stukje afgemaaid maďsveld vlakbij het plaatselijk ‘openlucht recreatiedomein’, d.w.z. een rivierbocht van de Crisul Alb, waarin je kan zwemmen. Ons grondig wassen was niet altijd evident na een zweterige fietsdag. Die zes dagen/nachten waren een avontuurlijke onderneming, waarna we weer 100% appreciëren wat een douche is.
(Kunfehértó, 3 september)
In Gyula zijn we vijf dagen gebleven om te bekomen. Nu doen we het opnieuw rustiger aan. We fietsen van camping naar camping, ook al liggen die vrij kort bijeen. Onze dagafstanden zijn kleiner geworden en de rustdagen talrijker. We doorkruisen Hongarije dus een tweede maal, deze keer via het zuiden van het land. Het is hier helemaal anders dan wat we eerder op deze reis in het noorden zagen. Toen beschreven we de dorpen als het decor van een westernfilm. Dit gaat niet meer op. Alle wegen zijn verhard, ook de secundaire. De macadam is meestal van prima kwaliteit. We kunnen opnieuw genieten van het landschap zonder op de putten in de weg te moeten letten. De dorpen en stadjes lijken welvarender: regelmatig mooie volkstuintjes of gezellige stadsparkjes.
Nu zijn we in Kunfehértó, een dorpje dat leeft rond het gelijknamige meer met attractiepark. We houden weeral enkele dagen rust om Soetkin haar achtste verjaardag te vieren. Op de camping is er eveneens een keukentje voorzien en daar maken we grondig gebruik van: gebraden kip met bolognaise saus, pannenkoeken (zonder pan!), zelfbelegde pizza's, rijstpap. Een waar gastronomisch weekend! Op onze benzinebrandertjes is dat allemaal niet zo eenvoudig. Nu kan het wel. IJs en wijn ontbreken natuurlijk niet. Morgen fietsen we verder richting Balatonmeer.
(Balatonszemes, 13 september)
We zijn ondertussen weer twee fietsperiodes verder (drie dagen fietsen, dan een of meer dagen ter plaatse), en bij het Balatonmeer aanbeland. Roemenië was avontuurlijk op het vlak van onze basisbehoeften: waar zouden we slapen? Wat zouden we eten? Zouden we tijdig drinkwater vinden? Hongarije biedt ook regelmatig wat avontuurlijks, maar dan anders. Onze vorige 'rustcamping' in Magyaregregy was een echte dierencamping. We stonde één kilometer buiten het dorpje, aan de rand van het bos. 's Nachts hoorden we herten brullen en everzwijnen knorren. We werden begroet door een zwerfkat, een heel aanhankelijk dier (natuurlijk, als je hongerig bent en wat eten krijgt...). Tijdens een avondwandeling kwamen nog twee jonge katjes met ons meegelopen. Tot groot plezier van de kinderen, natuurlijk!
Nu hebben we een camping gevonden aan het Balatonmeer, die nog open is. Grote roeken of kauwen (zwarte vleugels, grijze borst) komen dichtbij, en we zagen al meerdere kleine slangetjes. Geen blote-voeten-camping, dus. Het dierenleven in Hongarije heeft ook wel wat in petto.
Het Balatonmeer vormt feitelijk de Hongaarse 'kust': één groot vakantieoord, maar nu grotendeels leeg, gelukkig voor ons. Het ligt ingesloten tussen lage heuvels, we zijn nu ook definitief uit de poesta. Hongarije is inderdaad niet alleen vlak, dat weten onze beenspieren ondertussen ook al. We houden hier nog enkele dagen rust (en was en schrijf en mail en schoolwerk en speel en...). Daarna vertrekken we noordwaarts richting Oostenrijk, de laatste etappe van onze reis.
Visla (ofte tot ziens! Ook de Hongaren korten hun groet af: vergelijk met brief 1)
Geert, Veerle, Soetkin, Rik, Tijl
P.S.1: Nog steeds slechts 3 lekke banden
P.S.2: Al 8 keer een tentstok gebroken (maar we redden ons wel)
|
|
Bericht uit Roemenië
|
Van: Geert en Veerle [opdefiets@gmail.com]
Verzonden: dinsdag 8 augustus 2006
Onderwerp: Bericht uit Roemenië
Hoi iedereen,
De laatste dagen in Hongarije zijn nog enorm meegevallen. In Csenger, 12 km voor de Roemeense grens, hebben we gekampeerd in de tuin van het plaatselijke museum.De museumdirecteur verwelkomde ons in zijn beste Duits en met een glas pruimenschnaps. Later zouden er nog enkele glazen volgen. De hartelijke man is mederedacteur van het gemeentelijke infoblad. Bij ons vertrek nam hij nog enkele foto’s. Zo verschijnen we binnenkort in de plaatselijke Hongaarse pers.
Bij de grensovergang naar Roemenië hebben we even moeten wachten. Volgens onze informatie (website van het Belgische ministerie van buitenlandse zaken) hebben we voor Roemenië geen internationaal paspoort nodig. De vriendelijke douanebeambten wisten echter niet wat aangevangen met de witte kinderpasjes. Dat hadden ze nog nooit gezien. Na enkele telefoontjes en enkele vragen mochten we toch het land, en een volgende tijdszone, binnen. (Hopelijk geraken we er weer vlot uit.)
Satu Mare was de eerste grote stad die we zagen. Niet echt aangenaam: inde buitenwijken oude, vervallen flatgebouwen. Het is er heel druk en vuil. Daar zijn we dus zo snel mogelijk doorgefietst. Wat volgde was een ware verademing: Maramures, de grensstreek met Oekraďne. Het is een heel landelijke, heuvelachtige streek. Landbouw is hier handwerk.
Hout is het favoriete bouwmateriaal voor huizen. Er zijn zelfs enkele oude houten kerkjes te bezichtigen (17de eeuw tot nu). Paardenkarren zijn het favoriete vervoersmiddel. Toen we de vallei van de Iza doorfietsten waanden we ons in Bokrijk.
Later waren we in Borsa, aan de rivier Viseu. Niet echt een aantrekkelijke stad: veel zwerfvuil en druk verkeer. Maar we hebben er een prachtige kampeerplaats gevonden. Kris Verellen, een Vlaming, en zijn Roemeense echtgenote Lenuta, runnen er een toerismebureautje in wording. Kris organiseert wandeltochten en toeristische trips in de streek. Op zijn aanwijzen zijn we een waterval gaan bezichtigen en hebben we de Pietrosul beklommen. Dat is een van de hoogste bergen van het land: 2302 meter. De Roemeense bergen, de Karpaten, zijn ongeveer even oud als de Alpen, maar minder hoog. Er komen heel wat toeristen, maar de mensen hebben weinig respect voor al dat moois. Het vele zwerfvuil in de bermen en de riviertjes stoort ons blijkbaar meer dan de plaatselijke bevolking.
De beklimming van de Pietrosul was een wandeling van 5 uur. Soetkin bleef intussen bij onze Roemeense gastvrouw en haar kindjes thuis. Eerst ging het over een heel slecht jeepspoor, dan over een smal pad. De jongens hebben het geweldig goed gedaan. Boven was het panorama onwaarschijnlijk mooi: the top of the world. De hoogste berg in de hele omgeving. Het is een ervaring! De afdaling duurde nog eens 4 uur. Of hoe een fietser een bergbeklimmer wordt.
Het is echter niet allemaal moois onder de (hete) zon. Fietsen in Roemenië is soms vrij avontuurlijk voor een fietsend gezin. De erbarmelijke staat van de wegen is dikwijls een marteling voor ons materiaal en ons zitvlak. Soms komen kwade honden een erf uitgestoven en jagen ons de schrik op het lijf. Maar met de Dazer, een
elektronisch toestelletje dat een ultrasoon geluid uitzendt, houden we ze meestal wel op afstand. Dat geluid is onhoorbaar voor mensen, maar pijnlijk voor honden. De bergen zijn hoog gemikt voor kinderen. We hebben de bagage herverdeeld. Nu lukt het goed en is iedereen tevreden. Een (zigeuner-)jongen die op een bepaald moment een van onze bagagezakken van de fietskar wilde trekken (poging mislukt), was voor ons de spreekwoordelijke druppel.
Einde juli hebben we besloten om eerder dan gepland naar Hongarije terug te keren en daar wat meer tijd te spenderen. In plaats van verder naar het zuiden te rijden, gaan ze nu recht terug naar Hongarije. Een beetje jammer. Roemenië is immers een prachtig land wat de natuur betreft. De meeste mensen zijn er heel gastvrij. Zo hebben we bij een boerenfamilie thuis ontbeten, bij een buurman mochten we op het erf kamperen.
In de Karpaten is quasi elke familie op het platteland zelfvoorzienend: een koe, een varken, enkele kippen/kalkoenen, soms enkele schapen en bijenkasten. Waterleiding is helemaal geen vanzelfsprekendheid. Soms is het putwater beter betrouwbaar dan wat er uit de kraan komt. Uit ondervinding weten we nu wel dat flessenwater beter is voor ons buitenlands darmstelsel...
Ondertussen zijn we in Sighisoara aangekomen, geboorteplaats van Vlad Tepes, beter bekend onder de naam Dracula. Na een vorige mislukte poging proberen we hier ons verslag naar België door te mailen. Ook internetten is niet overal mogelijk.
La revedere
Geert, Veerle, Rik, Tijl, Soetkin
P.S. Slechts 3 platte banden ondanks de Roemeense wegen
|
|
Naar Oostenrijk - Hongarije deel 1
|
Van: Geert en Veerle [mailto:opdefiets@gmail.com]
Verzonden: donderdag 13 juli 2006
Onderwerp: naar Oostenrijk bussen - Hongarije deel 1: heet en putten
Tiszameer, 10 juli 2006
Beste allemaal,
Nog een paar dagen fietsen en we zijn Hongarije helemaal door. Dus tijd om eens iets van ons te laten horen.
De busrit naar Oostenrijk is vlot verlopen. De bus zat slechts halfvol. Een luxe dus. In Oostenrijk overviel ons de hitte. Maar na enkele dagen kregen we er regen voor in de plaats. Zo erg zelfs dat we ons op een bepaald moment vastreden in de modder. Toen zaten we al over de Hongaarse grens. Moraal: vermijd de onverharde wegen (vooral als het regent of geregend heeft). De macadam hier is echter niet altijd veel beter.Soms moeten we ons zo goed op de weg concentreren om de putten te vermijden dat we niet meer echt van de omgeving kunnen genieten. Dat, in combinatie met de hitte -intussen schijnt de zon weeral volop, >30 graden in de schaduw- maakt het fietsen heel vermoeiend. De kinderen fietsen echter (gelukkig) moedig door. Zo doen we dagafstanden van 50, soms zelfs meer dan 60 km. En dat is meer dan voorzien in onze planning.
Aan het Velencei- tó, een meer halverwege het Balatonmeer en Boedapest hielden we een eerste dag rust. D.w.z. waterpret voor de kinderen, kleren wassen en fietsen nazien voor ons.
Intussen zijn we de Donau overgestoken met een gammele veerboot, en de Tisza (één van de grootste zijrivieren van de Donau) over een spoorwegbrug. Als er een trein aankomt, moeten auto's en fietsen even wachten. Er wordt trouwens relatief veel gefietst in Hongarije. Het land is dan ook grotendeels plat. Die vlakte, de poesta, is voor het grootste stuk één grote voorraadschuur. We zien dagen na elkaar enorme akkers met graan, maďs en zonnebloemen.
De kleinere dorpen doen ons soms denken aan het decor uit een westernfilm. De hoofdweg bestaat wel uit macadam, maar de zijstraten zijn onverhard. Veel stof, voetpaden ontbreken. Een postkantoor met tralies voor deur en vensters, enkele bars en een winkeltje. Die dorpen hebben bijna onuitspreekbare namen (voor ons althans), zoals Jászelsószentgyőrgy. Hongaars is trouwens geen simpele taal. Je kunt bijna nergens een verband vinden met een andere bekende taal. Het lijkt m.a.w. nergens op. Maar met wat talengoesting weten we (Veerle, Soetkin en Rik vooral) er wel raad mee. Goedendag, bedankt, tot ziens en tellen tot 3 (Soetkin al tot 10) kunnen de kinderen ook al.
Hortobágy, 13 juli 2006
Nu zijn we in Hortobágy, het centrum van het Hortobágyi Nemzeti (nationaal) Park. Hier wordt het poestaleven van weleer levendig voorgesteld. In het Pásztormuzeum zagen we hoe de herders hun werk doen en deden. Er werden hier vroeger paarden, runderen, schapen en varkens gehoed. Grootschalige landbouw en het communistische systeem betekenden vanaf de jaren '40 van vorige eeuw de teloorgang van dit boerenleven. Tegenwoordig zijn er opnieuw een 300-tal herders actief in het nationaal park. Gisteren zagen we nog een demonstratie door enkele paardenhoeders. 't Was dan wel voor de toeristen, maar toch vrij indrukwekkend.
Morgen vertrekken we uit dit toeristische oord(je). Als het meezit zijn we over 4 of 5 dagen in Roemenië (sorry, geen trema te vinden op dit Hongaarse klavier). Benieuwd hoe het daar is.
Viszontlátásra
Geert, Veerle, Tijl, Rik en Soetkin
P.S. Vandaag, na 700 km, eerste platte band geplakt.
|
|
De fietsplannen
|
Van: Geert en Veerle [mailto:opdefiets@gmail.com]
Verzonden: zondag 18 juni 2006
Onderwerp: Geert en Veerle fietsen vanaf 24 juni drie maanden in Oost-Europa
Beste allemaal,
't Is weer zover. We zijn nog eens weg. Sommigen onder jullie zullen wellicht al gehoord hebben van onze plannen. We gaan nog eens fietsen.
Zes jaar geleden zijn we al eens een eindje gaan rijden. Toen zijn we tot in Hongarije geraakt. Nu vertrekken we ongeveer op het verste punt waar we toen geweest zijn: de grens van Hongarije met Oostenrijk.
De reis begint met een korte inleiding. De 24ste juni vertrekken we uit Halle-Booienhoven. In twee dagen fietsen we naar Weert, in Nederland, net over de grens. Daar vertrekt de bus naar Podersdorf. We rijden mee met een fietsbus van de Nederlandse organisatie Cycletours. De fietsen gaan in een aanhangwagen achter de autocar. Podersdorf ligt in Oostenrijk, aan de Neusiedler See, een meer op de grens met Hongarije. Daar begint het echte werk.
De route ligt niet helemaal vast. Maar ons plan is als volgt. We fietsen onder Boedapest door, langs de noordgrens van de poesta (de Hongaarse vlakte) richting Roemenië. Ter hoogte van Satu Mare steken we de Roemeense grens over. We volgen een eindje de grens met Oekraďne. Dan buigen we af naar het zuiden om de Karpaten door te steken, het Centraal-Roemeense gebergte. Nadien dalen we terug af naar de Donau aan de Roemeens-Bulgaarse grens. We volgen de Donau stroomopwaarts terug richting Hongarije. We verkennen de Poesta een tweede keer, maar nu via een meer zuidelijke route. Misschien komen we wel voorbij het Balatonmeer. Het eindpunt van de reis ligt terug in Oostenrijk, in Sankt-Georgen. De laatste dagen zullen we daar doorbrengen bij vrienden thuis. Op 6 oktober worden we opgepikt door Velomobile, een Westvlaams fietsentaxi-bedrijfje, dat ons terug naar huis rijdt.
De tocht zal een goeie drie maanden duren. De geschatte afstand is 3000 km. Soetkin rijdt mee op een aanhangfiets. Tijl en Rik fietsen zelfstandig. (Veerle en ikzelf natuurlijk ook.) Koken doen we zelf en slapen doen we in onze twee tentjes.
We zullen proberen jullie onderweg op de hoogte te houden van onze vorderingen. Wanneer we een internetcafé vinden zullen we daar zeker gebruik van maken. Maar de regelmaat van die berichten valt onmogelijk te voorspellen. Zelf zijn we te bereiken op volgend adres: opdefiets@gmail.com.
Aan iedereen een goeie vakantie en een warme zomer toegewenst!
Tijl, Rik, Soetkin, Veerle en Geert
|
|